TTV PJS

meer dan 60 jaar actief

Bonken

Introductie

Bonken wordt gespeeld met een kaartspel, exclusief de jokers. In totaal worden er elf spelletjes gespeeld, waarbij ieder spel een ander eigen doel heeft. De speler die de meeste punten behaalt is de winnaar.

De volgorde van de kaarten is standaard, de twee is de laagste kaart, de aas de hoogste. Iedere ronde worden er slagen gewonnen, de slag is voor de speler die de hoogste kaart in de voorgespeelde kleur, of wanneer er in de ronde een troef is, de hoogste troef heeft gespeeld. Kleur bekennen is verplicht. Wanneer er met een troef wordt gespeeld, mag je als je de gevraagde kleur niet kan spelen troeven, maar is niet verplicht. Onder- en boventroeven is toegestaan.

De ronde

De kaarten worden geschud en iedere speler krijgt 13 kaarten. De speler die tegenover de dealer zit mag kiezen welk van de spellen gespeeld gaat worden. Hij mag geen spel kiezen dat al eerder gekozen is. De speler na de dealer mag beginnen met dubbelen (zie dubbelen). De speler links van de dealer mag beginnen met uitkomen. Na de eerste mag de speler die de slag heeft gewonnen beginnnen. Na ieder spel schudt, en deelt de speler die links van de vorige deler zit de kaarten.

Indien de punten correct zijn verdeeld, moet het puntentotaal over alle vier de spelers aan het einde van het spel op 0 uitkomen (ook als er gedubbeld is), tenzij een van de spelers alle hartenkaarten heeft weten te bemachtigen tijdens het hartenjagen.

De spellen

Er zijn acht verschillende spellen met ieder zijn eigen regels.

Spel 1 – Bukken

In dit spel is er geen troef, het doel is om zo weinig mogelijk slagen te maken. Iedere speler die een slag maag krijgt 5 minpunten.

Spel 2 – Hartenjagen

In dit spel is er geen troef, het doel is om zo weinig mogelijk hartenjagen te spelen. Je mag niet een slag beginnen met harten, tenzij je niet anders kan. Elke hartenkaart levert 5 minpunten op.

Spel 3 – Herenboeren

Ook in dit spel is geen troef, het doel is om zo weinig mogelijk heren en boeren in je slagen te krijgen. Voor iedere heer krijgt de speler 20 minpunten, voor iedere boer 10 minpunten.

Spel 4 – Vrouwen

In dit spel is geen troef, het doel is om zo weinig mogelijk vrouwen in je slagen te krijgen. Voor iedere vrouw krijgt de speler 30 minpunten.

Spel 5 – Hartenheer

Er is geen troef. Je mag geen slag beginnen met harten, tenzij je niet anders kan. Wie de hartenheer heeft krijgt 50 minpunten.

Spel 6 – Laatste slag

Er is geen troef. De speler met de laatste slag krijgt 50 minpunten.

Spel 7 – Domino

Alle gespeelde kaarten blijven op tafel liggen. Een speler die aan de beurt is moet (als hij kan) een 8 op tafel leggen of een kaart leggen die aansluit bij een kaart die al op tafel ligt (ruiten 6 sluit aan op ruiten 7, maar niet op klaver 7 of ruiten 8). Passen kan, maar is alleen toegestaan als een persoon niet kan. De persoon die de laatste kaart aanlegt krijgt 50 minpunten.

Spel 8 tot en met 11

Elke speler mag een keer ‘troeven’ kiezen als spel. Hij of zij mag dan de troefkleur bepalen, of kiezen om zonder troef te spelen. De speler mag geen troefkleur kiezen die al eerder is gekozen. Voor iedere behaalde slag krijg je 10 pluspunten.

Dubbelen

Voordat het gekozen spel gespeeld wordt hebben alle spelers de mogelijkheid om anderen te dubbelen. Zoals gezegd begint de speler rechts van de deler hiermee. Als je iemand dubbelt, of hij dubbelt jou, wordt het verschil in punten tussen jou en hem bij jou bijgeschreven (dit kunnen dus ook minpunten zijn!). Heb jij iemand gedubbeld en hij jou ook, wordt het verschil tussen jou en hem er twee maal bij jou opgeteld.

Voorbeeld: Jij haalt 40 punten en je hebt iemand gedubbeld die 60 punten heeft gehaald. Het verschil is -20 punten die jij er bij krijgt en hij eraf. Het uiteindelijke resultaat van dit spel wordt dus 20 punten voor jou, en 80 voor de ander.

De persoon die het spel heeft gekozen mag mensen alleen terug dubbelen.

Bron: Wikipedia